zaterdag 6 februari 2010

Kat aan infuus

Een kat die zich thuis twee maal per week een infuus laat toedienen ... een van mijn dochters kan het niet geloven. Het klinkt ook wonderbaarlijk. Daarom heb ik de mens die deze Siamees gekozen heeft (zo gaat dat soms met dieren: zij kiezen de mens) gevraagd het verhaal op te schrijven.
“Net voor Kerst gaat het slecht met mijn Siamees. Hij is traag, spuugt en heeft een wat wankele gang. Ik neem hem mee naar de dierenarts, die constateert dat hij is uitgedroogd en hem 200 ml fysiologisch zout geeft. Ze prikt ook bloed en belooft de uitslagen de dag erna (de dag voor Kerst) in huis te hebben. Ook de dag voor Kerst krijgt hij nog 200 ml vocht toegediend. De bloeduitslag is niet bekend, maar van het vocht knapt hij wel op.
Na mijn vakantie komt de bloeduitslag, de kat heeft een creatonine van 644, een leverwaarde die tussen de 0 en de 170 mag liggen. Crisis in de nieren dus. Ik bel mijn eigen dierenarts, mijn kattenhuisarts zal ik maar zeggen. Hij omschrijft de waarde als “heftig” en ik kan op korte termijn terecht.
Opnieuw bloed prikken, de crea is gezakt naar 642. De arts zet een behandeling in, waarbij de kat o.a. 2x per week 100 ml fysiologisch zout per infuus toegediend moet krijgen. Dat kan ik heel best zelf, zegt de arts. Hij waarschuwt wel, het is een kwestie van maanden of weken …
’s Avonds zit de kat op mijn schouder. Hij voelt licht, een stuk lichter dan hij eerst was. Ik krijg het barre vermoeden dat hij bezig is dood te gaan en vertel hem over vroeger, hoe hij was toen hij een kitten was, over de avonturen die hij met de andere katten en mij heeft meegemaakt. Halverwege alweer een anekdote, de kat is 16 er zijn er vele, bedenk ik ineens dat ik wel mooi sentimenteel mag zitten wezen, maar dat ik geen notie heb wat mijn kat nou eigenlijk wil.
Ik mail Piek, die ik eerder ingeschakeld heb voor een van mijn andere katten. Piek tolkt in een gesprek met de kat, die duidelijk maakt niet dood te willen. Hij moppert over de reismand en vertelt dat de enige reden dat hij mij toestaat hem het infuus te geven, is dat hij daarmee voorkomt dat hij twee keer per week in de reismand mee moet naar de dierenarts. Verder vindt hij het allemaal maar een theater, dat gedoe met die pillen. Hij vraagt zich af of het ├ęcht nodig is. Piek ervaart hem als een oude heer, een statige, natuurlijke heer. Hij is niet hautain, vindt dat ik wel voor hem zorgen mag, omdat ik dat heel goed kan … Hij houdt zich niet bezig met doodgaan, maar kan zich niet bezighouden met blijven leven als ik de achterdeur naar de dood openzet. Helder. Wij gaan door met de behandeling.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten