woensdag 17 november 2010

Hoge nood

Sinds kort plast poes Aimée op allerlei plekken in huis. Mij wordt gevraagd contact op te nemen met haar.
Meteen laat ze gespannenheid zien. Stress. Ik weet dat er relationele spanningen zijn en kan daarom meteen op haar inhaken. Ik vertel dat ze de vrouw in huis niet helpt door overal te plassen waardoor zij veel moet wassen. ‘Ik help juist wel,’ hoor ik, ‘Ik laat zien dat de nood hoog is.’
Aimée heeft van nature een opgeruimd karakter en wil spelen en vrolijk zijn. Deze sfeer is veel te zwaar voor haar en ze kan ook geen ondersteunende rol bieden aan de mensen. Ik vraag haar om haar behoeften alleen nog op de kattenbak te doen.
Direct na het gesprek gaat de vrouw naar de kat en treft een dier dat zich heerlijk laat aanhalen. Ze legt uit dat het helemaal goed is als Aimée 'alleen maar' de vrolijke noot in huis is.
Een paar dagen later hoor ik dat Aimée weer door het huis rent, vrolijk en uitdagend is en niet meer op ongewenste plekken plast.

zondag 14 november 2010

De aap in de opvang

Het contact met dit dier past op geen van mijn blogs omdat het hier gaat om een aap die in de opvang zit. Geen echt dierentuindier dus, geen huisdier en geen vrij dier. Daarom een vermelding op alle drie de blogs omdat het toch raakvlakken heeft.

Omdat deze huisdierenblog alleen heel korte verhaaltjes bevat, verwijs ik graag naar mijn blog over dierentuindieren of vrije dieren.

vrijdag 12 november 2010

Mensgericht vraagt andere aanpak

Ik zeg het wel vaker: ieder dier is anders en geen enkel dier(soort) kun je over een kam scheren.
Daarom kom je niet uit met standaard trainingsmethodes en vooropgezette ideeën.
Je kunt niet bij voorbaat zeggen dat dieren altijd een soortgenoot nodig hebben want sommige dieren zijn heel mensgericht en hebben daardoor geen belangstelling voor soortgenoten.
Rumi, het bijzondere mensenkonijn is daar een goed voorbeeld van. En ook Sting, de hond die ik laatst sprak.
Sting wil altijd bij mensen zijn, lijkt te luisteren naar gesprekken, gaat altijd mee naar restaurants en wil veel informatie. Gelukkig kletst de vrouw des huizes al veel tegen haar maar Sting wil ook wel meer inhoudelijke informatie, over boeken en films en gedachtegangen van de mens. Ze heeft de ietwat onhebbelijke neiging veel te blaffen en als ik vraag of dat minder zou kunnen reageert ze verontwaardigd: ‘Zij praten toch ook?!’
Sting is in de vakantieperiode bij de fokker in huis geweest en kwam heel timide terug. Ze is daar behandeld als gewone hond. Maar die benadering past niet bij Sting. Daar wordt ze heel ongelukkig van. Ik kreeg heel sterk de indruk dat Sting zich aan het voorbereiden is om eens terug te komen als mens. En dat vergt kennelijk nu al voorbereiding. Honden als Sting vragen dus een andere omgang en Sting weet dat ze het heel goed getroffen heeft met deze mensen. Enerzijds krijgt ze haar (mensen)info, anderzijds kan ze heerlijk hond zijn, o.a. bij de trainingen. Maar die gaan wel ‘des Stings’. Fantastisch hoe deze mensen de hond zien zoals ze is.

Grenzen aan ziekte

Ik denk dat er heel wat mensen zijn die moeite hebben grenzen te bepalen als ze te maken krijgen met een nauw verwant persoon met psychische problemen. Ook hierop hebben dieren hun eigen kijk.
Namens een vrouw legde ik een hond uit dat de man des huizes ziek is. De hond gaf een heel duidelijk beeld door: die hoort in bed, lekker toedekken, zelf uit de kamer weggaan en de deur op slot draaien. Als ‘toetje’ liet hij zien dat hij de vrouw bij de deur weg duwde.

vrijdag 1 oktober 2010

Nooit moeder zijn

Mijn generatie is gaan luisteren naar kinderen. Tegenwoordig luisteren we ook al naar dieren. Het moet niet gekker worden, zullen sommigen denken. Maar is het wel zo gek?
Ik tref regelmatig dieren die graag een nestje jongen gehad zouden willen hebben maar die dat nooit zullen meemaken omdat ze ongevraagd gesteriliseerd zijn. Het ene dier is goed uit te leggen waarom de mens hiervoor gekozen heeft, het andere dier blijft in een verlieservaring steken.
Het zal hetzelfde zijn als bij mensen die ongewenst kinderloos zijn. De een zal ermee leren leven, de ander zal een blijvend verliesgevoel ervaren.
De manier van hiermee omgaan is bij mens en dier ook al vergelijkbaar. Zo loopt een hond het liefst met een knuffeldier rond, een kat wil graag een kitten erbij in huis, een andere kat wil graag dat de ongesteriliseerde kat in huis een nest krijgt zodat zij oma kan zijn, weer een andere kat ontfermt zich vol liefde over elke kat die het maar toelaat.
Ik sprak een keer een paard dat wist dat ze niet gedekt zou worden maar mij tot twee keer toe heel liefjes probeerde over te halen om de eigenaar toch te vragen of … want ze zou zo’n goede moeder zijn, zei ze.
Onlangs heb ik geprobeerd te bemiddelen en zo gebeurde het dat ik in een van mijn netwerken liet weten een kater te zoeken om een jonge kat te dekken. Ik kreeg reacties dat de asiels al zo vol zitten. Dat is zo maar ik zeg ook niet tegen iemand die zwanger wil worden dat de kindertehuizen vol zitten. Daarom ben ik blij dat ik alleen maar tolk ben en niet hoef te oordelen over de individuele dieren en hun wensen.

vrijdag 17 september 2010

Dikdoenerij

Van kat Rosa heb ik geleerd dat opgeblazenheid niet alleen show is maar wel degelijk een functie heeft. Rosa deelt haar leven met heren van stand terwijl ze zelf meer het type keukenmeid is.
Om zich tussen deze katers staande te kunnen houden, laat Rosa een zwembandje zien dat ze om zich heen draagt. Een soort van gebakken lucht. Zeno, de andere kat in huis, laat mij zien dat hij heel goed in staat is om met één simpele haal van zijn poot het zwembandje leeg te laten lopen. Maar dat doet Zeno niet. Want Zeno is ondanks zijn jeugdigheid een echte heer. En echte heren respecteren anderen omdat ze door opgeblazenheid, dikdoenerij en gebakken lucht heen kunnen kijken naar de persoon zelf (en 'die persoon' zelf is in Rosa's geval een lief en wat onzeker katje!).

zondag 12 september 2010

Trap

Op dit bankje, bij vrienden op de ark in een onverwacht zonnetje, wordt me een schitterend verhaal verteld:
Altijd als deze man thuiskwam, zat zijn kat hem op de trap op te wachten. Dat was een gegeven waar hij dagelijks op kon rekenen en natuurlijk een ritueel werd waar beiden hun plezier aan beleefden. Op een dag kwam de man thuis en trof hij de kat buiten. De kat keek hem met grote verschrikte ogen aan en nam meteen een sprint. Hoe de man ook riep, de kat kwam niet bij hem. Hij besloot maar gewoon naar binnen te gaan en wie zat daar netjes op zijn plaats op de trap? Kennelijk was het dier voor een keertje niet helemaal juist aangesloten op de man maar wist hij zijn ‘fout’ snel te herstellen!